Stiltelab in het zuiden

Stiltelab in het zuiden

Ver weg, in een kleine plaats genaamd Wittem, in het zuidelijkste zuiden van het land, staat iets te gebeuren. Er schijnt een groot klooster te zijn en in dat klooster komt een stiltelab. Een lab waar stilte wordt gecreëerd, of onderzocht, of nagebootst, of gevangen, of. Wat wordt er in vredesnaam gedaan in een stiltelab? Als heuse stilteliefhebber – ik kom zelf net terug uit India waar ik al mediterend tussen lawaaimakende bouwvakkers opzoek ben gegaan naar stilte – wil ik met eigen ogen zien wat daar gebeurt.

Het is nog donker buiten als ik gehaast op mijn fiets spring om niet mijn trein naar het zuiden te missen. In de trein lees ik over de romantiek, dat de romantiek het alledaagse ontstijgt. Dit geldt voor zowel de romantiek als historische periode, als stijl, als gevoel. En terwijl ik dat lees luister ik muziek met oordopjes in mijn oren, terwijl ik niet echt luister naar de muziek. En tijdens het lezen kijk ik regelmatig op mijn telefoon, en telkens als ik dat doe weet ik helemaal niet meer waarom ik nou keek. En ik zie zo in mijn ooghoeken de zon opkomen, en ik registreer het niet. Pas later, vlak voor aankomst op het eindstation, kijk ik naar de zon die fel schijnt en voel een kriebel van enthousiasme en nieuwsgierigheid. Ik ga naar de stilte, naar het stiltelab.

Een treinreis en een autorit later sta ik voor het Klooster van Wittem, een bakstenen muur van een gebouw. Achter mij de besneeuwde Limburgse heuvels die lijken te lonken. Naast het klooster een eetcafé, met voor de ingang een bord waar wandelaars welkom worden geheten en waar een ‘dikke soep’ op het menu staat. Lieke Benders, het brein achter het stiltelab, wacht haar twee gasten op: de Amsterdamse dames van De Nieuwe Collectie. In plaats van het klooster te betreden gaan we het eetcafé in, waar druk wordt gepraat over stilte. De paradox. Na een koffie en een vlaai (want in Limburg) denk ik dat het gaat gebeuren, dat de hoge deuren worden geopend en ik het stiltelab mag betreden. We lopen richting de ingang en we lopen straal voorbij de ingang. Eerst een wandeling.

Op veel te dunne schoenen met nog dunnere zolen begin ik aan de wandeltocht door het koude winterlandschap. Terwijl er volop gepraat wordt over stilte worden we gestoord door een prachtig beeld van een vogel op een paaltje. Het zou een uiltje kunnen zijn, of een valk. Ik heb geen idee en zij hebben ook geen idee, maar het is een heel bijzondere vogel met een kleine snavel en een dikke kop. En hij staart. Hij zit stil en staart voor zich uit. Is dat stilte? Dat je zit en staart? En hoe zit het dan met lopen? Ik ervaar ondanks dat er gepraat wordt toch een stilte door in de natuur te lopen. Is lopen niet tegelijkertijd stilstaan? En is stilstaan dan niet juist weer beweging? De stilte roept vragen op en geeft nog geen antwoorden. Misschien gebeurt dat in het stiltelab.

Na de wandeling passeren we wederom het klooster om eerst nog even op te warmen in het eetcafé en om na het opwarmen tot de conclusie te komen dat het al te laat is om het klooster nog in te gaan. Volgende week een nieuwe poging.

Saskia de Haas