Luister stil

Luister stil

Het is druk in het stiltelab. Alle stoelen zijn bezet en alle kopjes in gebruik. Er wordt koffie gedronken en thee geschonken, terwijl koffielepeltjes tegen het porselein tikken. Er wordt gepraat over het geluid van stilte. Ik moet denken aan Utrecht Centraal in de nacht of laat in de avond op een doordeweekse dag. Mensen zijn dan stiller, en veel mensen zijn alleen. Het enige dat je hoort zijn de voetstappen, die grappig genoeg vaak hetzelfde ritme aannemen. Verschillende tonen getik van hakken, die samen haast een muziekstuk vormen. Net als de hartslag zich aanpast aan de hartslag van haar geliefde, zo passen ook de voeten zich aan op het ritme van de loop van de massa. Er is een focus, een punt waar alle aandacht naartoe gaat. Er wordt orde geschept in iets wat zo chaotisch is. Er ontstaat stilte in de structuur en geordendheid. Stil hoeft misschien helemaal niet stil te zijn. Stilte kan juist de aanwezigheid zijn van geluid. En door de aandacht voor dat geluid ontstaat er een andere werkelijkheid. Een andere aandacht.

In het stiltelab luisteren we met z’n allen kort naar de stilte van een kerk in Engeland. De stilte daar schijnt bijzonder te zijn, anders dan andere stiltes. Wat maakt een stilte zo bijzonder? Is het werkelijk de locatie, of is het de beleving van de luisteraar? De stilte in het bos waar ik vaak wandel vind ik het allerfijnst. Toch is het er nooit stil. De bladeren houden nooit op met ritselen en heel in de verte klinkt verkeer. Dat ik die stilte fijn vind betekent niet dat die stilte ook werkelijk fijn is. Waarschijnlijk vind ik de stilte daar fijn omdat ik emotionele waarde aan dat bos hecht. Het is een bos met herinneringen. Een bos waar een groot deel van mijzelf ligt. Bestaat er wel zoiets als een universele fijne stilte? Een stilte die iedereen als heel fijn ervaart? Is stilte wel iets dat je buiten jezelf kunt vinden? Begint stilte niet altijd bij jezelf?

Saskia de Haas