Stil in Steyl

Stil in Steyl

We stappen geen bus in. We hebben geen zakjes snoep en pakjes drinken in onze rugzakken. We worden niet uitgezwaaid. Maar we gaan wel op schoolreisje. Ik bedoel, werkreis. Vanuit alle hoeken van het land en zelfs België, reist een vol Stilteam ieder afzonderlijk naar Steyl aan de Maas. Onze rugzakken gevuld met laptops, notitieboeken en agenda’s.

We betreden Het Missiemuseum, waar we gelijk in een kleine filmzaal geplaatst worden. Braaf kijken we naar een film over de ontstaansgeschiedenis van het kloosterdorp, hoe hier missionarissen werden opgeleid en uitgezonden over de hele wereld met als missie bij te dragen aan een gelukkige samenleving. Het is een typische informatieve film waar je als kind tijdens een schoolreisje verplicht naar moet kijken, maar je eigenlijk de tijd aan het uitzitten bent omdat je weet dat na de film een speeltuin wacht. Om mij heen hoor ik zo af en toe gegiechel. Ik vraag mij af of mijn volwassen en professionele stilcollega’s giechelen om de stem van de voice-over, om de jaren 90 beelden waarin duidelijk wordt dat de gemiddelde leeftijd van de Steylbezoeker grijs is, of om de editor die een perfect gevoel voor timing heeft. Of humor. Zo af en toe ontsnapt er bij mij ook een grinnik, al probeer ik zo bloedserieus mogelijk alle informatie tot me te nemen. En toch zit ik met mijn hoofd al in de speeltuin: het museum.

Het Missiemuseum staat vooral bekend om de verzameling voorwerpen en opgezette dieren die de uitgezonden missionarissen naar Steyl hebben gebracht. Het museum is aan het einde van de negentiende eeuw ontstaan en is een museum an sich. Als de film is afgelopen mogen we het museum betreden. Voor de werkelijke ingang staat een mechanische scheel kijkende beer die graag geld eet. Er wordt muntgeld in de beer gegooid en de beer begint met zijn hoofd te schudden. We betreden het museum.

Gebiologeerd sta ik voor de vitrinekasten waar honderden soorten vlinders geëtaleerd worden. Ik ken vlinders van plaatjes, foto’s en films, van vlindertuinen, en zelfs uit de echte natuur, maar dan fladderen ze vaak zo snel voorbij dat ik in een flits wel kan zien dat ze prachtig zijn, maar dat ik ze nooit goed kan bestuderen. Nu kan het. Nu kan ik de tijd nemen. Nu kan ik de schoonheid van de natuur in alle stilte bewonderen.

De volgende ruimte is nog indrukwekkender. Na het bezoek aan de jager dacht ik alle dieren in opgezette vorm wel gezien te hebben. Dat is niet waar. Hier staan ze. Hier staan alle dieren in volle glorie al een eeuw in stilte. Met scheef hangende oogjes. De olifant paste er niet in, dus hebben ze alleen de poten naar Steyl gebracht.

Maar de missionarissen hebben nog veel meer meegenomen. Vitrinekasten vol voorwerpen vullen de ruimte. Zo ligt er een ‘kunstig uitgesneden kokosnoot’ uit Indonesië, een ‘religieus voorwerp’ uit Togo en honderden andere voorwerpen van volkeren van over de hele wereld.

Ik ben terug in de tijd. Ver voor mijn tijd. Zonder mening kan ik gefascineerd dit museum ondergaan terwijl zo af en toe mijn ogen uit 2017 de absurditeit weerspiegelen.

De rest van de dag vraag ik mij tussen het brainstormen in de zon, het wandelen door de kloostertuinen en het bezoeken van de grotten af waarom ik met schoolreisjes nooit naar zoiets tofs ben geweest.

Saskia de Haas