Stiltecoupe

Door: Marinus van den Berg

De trein tussen Haarlem en Leiden voerde me door een zee van kleuren: de bloembollenvelden staan volop in bloei. Ik zat in een stiltecoupe tegenover een vrouw die via haar oor on line was. Bijna in Leiden kon ik me niet inhouden en zei: “wat mooi toch die bloeiende velden.” Ze nam haar linkeroortje uit en zei: “ik geniet er ook altijd weer van.” Ze kwam vaker op dit traject. Zo genoten we samen. Ook genieten vraagt om delen. Tussen Leiden en Rotterdam zat ik weer in een stiltecoupe. Naast mij een oudere dame en nog drie dames. Alles duidde er op – de haren en de gezichten – dat dit een moeder was met drie dochter. Allen zeker de vijftig voorbij. Ze leken niet voor deze coupe gekozen te hebben, maar hier was nog plaats. Ze leken als vier opgewonden pubervriendinnen die een dagje uit waren en nu in eens tot stilte waren verplicht. Ze waren er verlegen mee, lachten ingehouden en smoesden soms toch wat bang betrapt te worden. Zo lang samen stil zijn (niet mogen praten) leek een geheel nieuwe ervaring. Stil zijn is bij de NS gelijkgeschakeld met niet praten. Ook niet fluisteren. Er rende een jongen door de coupe in de richting van het balkon die riep: “ik zit in een stiltecoupe, wacht even….” Ik overwoog nog even om de dames een paar delen van mijn krant te geven. Om iets te doen te hebben. Ik zag dat ze niet rustig naar buiten keken en ze hadden ook niets te lezen bij zich. Ze waren niet voorbereid op deze stilte als deel van hun dagje uit. Geen boek, geen Ipad, geen laptop, geen notitieboek, geen krant of magazine. Het is misschien wel elitair om op stilte voorbereid te zijn. En als je dan iets ziet, leest, hoort dat je raakt… hoe lang kun je dan stil zijn? Een man had me van het station gehaald. Ik was gevraagd om te spreken over mijn boek “meegaan tot het einde…” Hij verving iemand die onverwacht niet kon vanwege zorgen om haar vader. Onderweg spraken we al wat over het onderwerp. Ik zei dat sterven een chaos is vanwege vele verschuivende verhoudingen. Hij meende het woord andrealine gehoord te hebben en begon te vertellen over een aanrijding. Hij was aangereden en de schrammen zaten nog op de zijkant. “Ik ben een rationeel iemand en ik heb mezelf meestal behoorlijk onder controle.” Maar ineens had ik aan zijn chaos geraakt als in een korte film vertelde hij wat er gebeurd was. Hij was overvallen door de aanrijding en moest het een paar maanden later direct weer vertellen. Als je vol schiet, als je van iets nog voller bent dan je denkt: hoe lang kun je dan stil zijn. Stil moeten zijn wordt dan inslikken en waar is de grens van inslikken? Kunnen delen kan heel wat helen. Stilte kan een groot goed zijn, maar stil moeten zijn een groot kwaad. Het mooie van die middag in Beverwijk was wel het interactieve. Er waren mensen die iets direct wilden zeggen. Het zat hen hoog. Het was een gebeurtenis die hen diep had geraakt. Ook al was het in de kalendertijd al heel wat jaren geleden. Misschien leerde ik deze middag dat stilte helend kan zijn als er ook ruimte voor reactie kan zijn. Soms vallen stilte en zuchten bijna samen. Zuchten als een vorm van spreken die dodelijke stilte verbreekt. Zo kan ook huilen zijn en vraagt ze dan om ruimte en niet onderbreken. Of boosheid… die een vulkaan van verdriet kan zijn. Tegelijk zijn er mensen nodig die kunnen luisteren naar wat niet in woorden gezegd kan worden. Mensen die stilte zuchten en boosheid kunnen lezen. In de avond, thuisgekomen werd ik uitgenodigd voor een stiltelaboratorium waar stiltecoupehaters en meditatiegoeroes elkaar ontmoeten. Ik moet er een lange reis naar Wittem (L) voor maken. Ik neem zeker een stiltecoupe, maar graag leer ik de stiltecoupe-haters beter kennen want ze kunnen wel eens meer op mij lijken dan ik weet.