Overpeinzingen van een eenzaam barista in STIL.de koffiebar

Overpeinzingen van een eenzaam barista in STIL.de koffiebar

Het is vrijdagavond 18 augustus. Ik heb een bolletje van mijzelf gemaakt. Met mijn benen opgetrokken en mijn handen om mijn benen, zit ik in een donker holletje van de bar verstopt. Naast mij staat een box. Er horen klankschalen, kerkklokken en belletjes te klinken. Ik hoor alleen het gezoem van het aggregaat. Ik probeer te lezen, maar ik durf niet echt te lezen omdat ik bang ben dat ik een belletje mis omdat ik helemaal in het boek zit. Er klinkt een bel. Ik twijfel. Was dit een echte bel, of was dit een bel uit de muziek. Ik begin voor de zekerheid het ritueel. Pas als ik mijn hoofd boven de bar uitsteek zie ik dat ik ben begonnen zonder publiek. Teleurgesteld haal ik de schotel met het kopje, het lepeltje en het koekje weer terug.

Het is zaterdag 19 augustus. Vandaag gaat het echt beginnen. Vandaag ga ik acht uur lang in de bar vertoeven. Ik heb een boek mee, water en ben omringd met koekjes. Wat kan er mis gaan? Ik zet het geluid aan en hoor weer het gezoem van het aggregaat. Klankschalen kan ik best acht uur aan, maar dit gezoem? Gelukkig heeft Marq voor alles een oplossing en zo ook voor dit. Ik hoor mensen naar binnen schuifelen. Ze vragen zich hardop af wat er gebeurt als ze op de bel drukken. Er wordt druk overlegd wie er op de bel gaat drukken. Niemand van hen heeft zin in koffie. Na lang wikken en wegen – ik had mijn boek al lang weggelegd – besluit een oudere dame dat ze zich wel wil opofferen. Er klinkt gegniffel, alsof ze zenuwachtig zijn voor wat er gaat gebeuren. De bel klinkt. Ik zet mijn ritueel in. Ik weet niet wat ze precies verwachten, maar niet dit. Ik hoor ze wijzen, ik hoor ze verbaasd zijn en genieten. En waar ze eerst nog moesten lachen, zaten ze aan het eind in een verstilling. Ze zeiden niks meer, ze keken alleen nog. En langzaam verdwenen ze éen voor éen uit STIL.de koffiebar. Zonder iets te zeggen.

Het is zondag 20 augustus. Ik staar naar het plafond, liggend op mijn rug. Ik lig al een tijd te staren, maar ik heb geen idee hoelang. Ik ben de tijd kwijt, heb geen weet meer van de tijd. De tijd is een abstractie geworden.  Misschien lig ik al vijf minuten te staren, misschien pas een minuut, misschien wel tien minuten. Ik heb geen idee. Ik begin mij af te vragen hoe laat het is. Niet dat het uitmaakt, maar ik word toch wel nieuwsgierig. Wat nu als het vijf uur is, dan is de tijd om gevlogen. Maar wat nu als het pas vier uur is. Dan gaat de tijd langzaam. Ik besluit dat ik het niet wil weten. Tijd maakt mij ongeduldig.

Saskia de Haas