STIL.de natuur 2017

STIL.de natuur 2017

Dit is een wandeling. Ik neem jullie mee op een wandeling door STIL.de natuur, langs vier uitkijkpunten waar we even stil blijven staan. Dit is geen stiltewandeling. U hoeft niet stil te zijn.
De natuur hoeft ook niet stil te zijn.

De wandeling begint op een koude januariochtend, in het zuidelijkste zuiden van het land, te midden van glooiende heuvels, kabbelende beekjes en kilometerslange wandelroutes.

We staan voor een hoge bakstenen muur, ook wel Klooster Wittem genaamd. We betreden het klooster. We lopen door een gang over een zwarte stenen vloer met daaroverheen een loper, vloerbedekking. Onze voetstappen worden gedempt. Ze galmen niet. We zijn stil. Niet omdat het er stil moet zijn, maar omdat kloosters stilte oproepen. Net als wachtkamers of een kerk. We lopen de trappen op, opnieuw een gang in en halverwege die gang zien we een deur met daarop een kaartje waar SSST op staat. We openen de deur:

Uitkijkpunt éen
STIL.het lab wordt vandaag geopend voor publiek, voor geïnteresseerden. Het is april 2017. Wat in januari nog een nagenoeg lege ruimte was met links een kandelaar en rechts een rond tafeltje met daaromheen blauwe stoelen, van die kantoorstoelen, is STIL.het lab nu een oase, een stukje natuur binnen de bakstenen muren van het klooster. Wat eerst een witte muur was is nu een dennenbos. Wat eerst een witte muur was is nu een dia-tentoonstelling met Caspar David Friedrich-achtige dia’s van de opa van vormgever Udo Thijssen. Dia’s die je, zoals je in een lab mag verwachten, kunt bekijken via vergrootglazen. Er klinkt geluid van vallend water, er staat een waterval in de hoek. In het midden van de ruimte een biechthokje met daarin boeken over de natuur, over stilte, over de romantiek.

Op deze dag in april komt de stilte tot leven, even. Er wordt gepraat over stilte, geluisterd naar stilte. De stilte wordt zelfs ervaren tijdens een échte wandeltocht door de natuur, waar ik tot de conclusie kom dat als ik praat tijdens het lopen, ik op het tempo van het gesprek loop. Zonder om mij heen te kijken. Pas als mij wordt opgelegd om stil te zijn kijk ik om mij heen, zie ik een stoomtrein in de verte voorbij razen, valt mijn oog op een eenzaam bloemetje tussen de grassprieten. In stilte kan ik pas echt zien, kan ik pas echt horen. We lopen in stilte door naar:

Uitkijkpunt twee
Jullie zitten in een bus, in een touringcar. Ik niet. Ik loop in een bollywoodjurk in Restaurant Grenzenlos in Tudderen, zenuwachtig op en neer, wachtend op de bus, op hapjes uit de keuken. De bus staat stil bij het benzinestation, net over de grens voorbij Sittard. Er kan goedkoop getankt worden en dus staat er soms wel een urenlange rij. Nu schijnt er gedanst te worden, op een auto, in een auto, om een auto.
Als de bus bij mij is, bij het restaurant, deel ik Indiase hapjes uit, terwijl op de achtergrond bollywoodmuziek klinkt. Als iedereen van een hapje is voorzien rijdt de bus weer verder. Naar een pondje, over grenzen, naar vergeten plekken, naar herinneringen, naar stilte, naar:

Uitkijkpunt drie
We zijn in Rotterdam, in het Vroesenpark. Twee grote doorzichtige stolpen duiken op tussen liggende, zonnende, drinkende, etende en gewoon hangende mensen. In éen stolp zit een vrouw op een witte stoel. Ze heeft een koptelefoon op en houdt haar ogen gesloten.
Ze maakt een wandeling.

In de andere stolp wandelt een jongetje. Hij draagt een koptelefoon, loopt, maar komt niet vooruit. Hij staart naar een scherm waar een bos op te zien is. Na een paar minuten zet hij de koptelefoon af en loopt de stolp uit. Hij kijkt om zich heen terwijl zijn ogen groter en groter worden. Hij roept naar zijn vader, terwijl hij naar de bomen in het park wijst: ‘Kijk papa, echte bomen papa! Zullen we een wandeling maken? Een echte wandeling door het bos?’ Het jongetje huppelt de bosjes in. Wij wandelen er achteraan naar:

Uitkijkpunt vier
Hier laat ik u alleen, alleen in STIL.de expositie, in Heerlen tijdens Cultura Nova (ik moet elders zijn). Jullie schuifelen éen voor éen naar binnen, via een lange gang met bladeren, de ruimte in. Jullie zien drie reusachtige schermen met daarop een jager, een visser en een herder. Jullie zien een grote doorzichtige stolp met daarin natuur. Jullie zien de zee. Er klinken wat natuurgeluiden, verder oogt het stil, misschien zelfs leeg. Pas als jullie allemaal binnen zijn en de ruimte gevuld wordt, begint STIL.de expositie te leven. Ineens staat er iemand in de stolp, in de natuur. Er zitten twee mensen op een bankje, met een koptelefoon op naar de branding van de zee te kijken met hun voeten in het zand. Ze luisteren naar klassiek gezang. Er steken voetjes uit het biechthokje: er wordt gewandeld. Er wordt gekeken. Er wordt gelezen. Er wordt gezien. Er worden laadjes geopend, kastjes geopend. STIL.de expositie leeft, wordt beleefd.

Als u denkt uitgekeken te zijn, in stilte alles tot u te hebben genomen, beland u plots in een koffiebar, zoals u wel vaker na een museumbezoek in een koffiebar beland. Er klinken klankschalen. Er is niemand. Op de bar staat een bordje met ‘voor koffie bellen’ met daarnaast een bel. Éen van jullie belt. Plots gaat er een lichtje aan, verschijnt er een hand
Verschijnt er een schotel, een kopje, een lepeltje, een koekje. Een hoofd. Ik zie jullie verbaasde gezichten. Misschien lachen jullie eerst nog. Daarna verandert jullie gezichtsuitdrukking. Jullie weten: dit is serieus.
Ik pak een filter uit de verpakking. Ik open het koffieblik. Ik schep koffie in de filter. Ik sluit het koffieblik. Ik open de filterhouder van het koffiezetapparaat. Ik doe de filter in de filterhouder. Ik sluit de filterhouder. Ik pak een kan met water. Ik pak de deksel van het apparaat, leg die op de bar. Ik giet water in het apparaat. Ik pak de deksel van de bar. Ik doe de deksel terug op het apparaat. Ik druk op het aan-knopje. Ik kijk. Ik luister. Jullie kijken. Jullie luisteren. Jullie luisteren naar het gepruttel. Naar het gedrup, drup ………………………………………………………………drup…………….           drup……………………………………………………………………………………….drup……………………………………………………………………………………drup.
Ik pak de koffiekan uit het apparaat. Ik loop naar het koffiekopje. Ik schenk in. Rustig, beheerst, traag. Tot jullie weten: stilte is niet de geluidloosheid, maar de attentie, het wachten, het geduld.

Saskia de Haas