STIL.de wake het verslag

STIL.de wake het verslag

Het is tien voor twaalf. De smartenkapel stroomt vol. Het is voller dan ik had verwacht. Er zijn veel mensen. Niet alleen wakers, maar ook passanten, geïnteresseerden en meewakers.

Om klokslag twaalf uur, als de nacht begint, wordt STIL.de wake geopend. De wake wordt geopend door Lieke, door mij, door Philippe Cremers en door Ger Koopmans die ritueel de STIL.de wake kaars aansteekt.

De tijd verstrijkt stilletjes. Waker na waker neemt plaats op de kruk in de kerk. Op het altaar. Ook de Smartenkapel zit vol. Vol meewakers. Hoe dieper we in de nacht raken, hoe stiller het wordt. Bij de meewakers ontstaat een verantwoordelijkheidsgevoel. Om de verhalen te lezen die zich letter voor letter, woord voor woord op het beeldscherm ontvouwen. Om te kijken naar de waker, aandacht te schenken aan de waker en stil te staan. Sommigen zijn de hele nacht gebleven. In de Sacristie staat koffie en thee en lekkere koekjes, waar wakers zich even terug kunnen trekken.

Het is 4 uur. Om mij heen zie ik hoofden die op handen steunen. Ogen die beginnen te rollen. Handen die in ogen wrijven. Ik zie mensen knikkebollen. We zijn nog maar met een paar. Met een paar die al vanaf het begin mee waken. Elk kwartier klinken er bellen, een soort klokkenspel, heel subtiel, heel mooi, die aangeven dat het kwartier is verstreken en de wakers worden afgewisseld.

Soms lijkt een kwartier lang te duren. Soms ben ik verbaast dat het kwartier al voorbij is. Soms knijp ik mijn ogen dicht omdat ik me schaam voor een tekst die nog niet af is zoals ik had gewild. Al gaat het deze nacht niet om de schoonheid van taal, maar om de wakers, om hun verhalen. Soms betrap ik me erop dat ik al een hele tijd niks heb gedacht. Dat ik met volle aandacht heb gewaakt voor de wakers. Dat was het mooist van de nacht. Die volle aandacht. De kracht die we daar met alle wakers uitstraalden. De kracht van stilstaan. Samen.

Het is bijna kwart voor zeven. De laatste wakers zijn de wandelaars. De wandelaars die in de nacht van het donker naar het licht hebben gelopen, net zoals wij van het donker naar het licht waken. De wandelaars zijn er nog niet. Voor het eerst ben ik me bewust van de tijd. Het zou nu tussen half zeven en kwart voor zeven moeten zijn. Ook Lieke zie ik onrustiger worden. Wat nu als de wandelaars niet op tijd zijn? Als we de wake niet kunnen afsluiten zoals we het wilden afsluiten? Een paar minuten voor kwart voor zeven gaat de deur open. Ze zijn er. Met wandelschoenen aan, met een rugzak op hun rug en een lantaarn in hun handen nemen ze het ochtendgloren mee naar binnen. Ze waken. Zoals 27 anderen hun deze nacht zijn voorgegaan. Met hun blik op het licht en de wereld gericht.

Er klinkt een eindmuziek. Een compositie die klopt met het moment. Met het licht worden. Met het einde van de nacht. De STIL.de wake kaars wordt uitgeblazen.

Saskia de Haas