STIL.de rondleiding

STIL.de rondleiding

Er lopen brugklassers met koptelefoons op hun hoofd de kerk in.
Rob swiffert de kerk.
Rob is geen schoonmaker. Ook geen acteur. Rob is koster.
Gids Judith zet de brugklassers in de kerkbanken. Judith is actrice.
Als de brugklassers zitten, gaat Rob af.

Rob pakt de duster. Rob gaat op.
Rob stoft af. Hij stoft de beelden af. Hij stoft Jezus af.
Rob loopt naar de sacristie.
Rob pakt een kelk met op de kelk een wit kelkdoekje, met op het kelkdoekje een sleutel, met op de sleutel een hostieschaaltje dat hij met zijn rechterhand er vanaf haalt.
Rob loopt het altaar op en zet de kelk op het tafeltje links op het altaar. Het hostieschaaltje zet hij ernaast.
Rob pakt de sleutel van het kelkdoekje. Met de sleutel loopt hij naar de tabernakel. Hij opent de kluis van de abernakel.
Rob knielt. Rob gaat af.

Terwijl Rob zijn handelingen uitvoert, zoals hij altijd voor een dienst deze handeling uitvoert, klinkt er over de koptelefoon een tekst over Rob. De tekst is ingesproken door actrice Judith Pol en wordt muzikaal begeleid door composities van Jolle. Tijdens het luisteren naar de verhalen over Rob, zien de brugklassers Rob live aan het werk. Net als in een live-documentaire.

Rob is niet de enige die achter de schermen bezieling geeft aan de kerk. Na Rob gaat het verhaal over naar het verhaal over de bloemschikkers. Er klinkt een spannend muziekje, alsof we in de jungle zijn beland. Marion komt ‘op’ met een altaarstuk. Loes komt ‘op’ met een mandje, met daarin een groenschaar, een plantenspuit en andere rekwisieten die bij het bloemschikken horen. Na hun verhaal en hun handelingen wenkt Judith de brugklassers. Ze verplaatsen zich naar de Mariakapel.
Daar luisteren ze naar gebeden van kaarsjesopstekers. De brugklassers mogen ook zelf een kaarsje opsteken. Voor de kaarsjesopstekers. Voor de bidders. Daarna verplaatsen de brugklassers zich naar de kapel. In de kapel horen ze het verhaal van kaarsenleverancier Roy, terwijl Roy zijn werkzaamheden uitvoert en dozen vol kaarsen verplaatst.

Als Roy de kerk verlaat, klinkt er een tekst over het koor. Er is geen koor. Actrice Judith zet de stoelen klaar, met op de stoelen de klappers, met op de klappers de namen van de koorleden. Als het verhaal over het koor is afgelopen, en de koptelefoons worden afgezet, loopt de dirigent de kapel in, gevolgd door zijn koorleden. Het koor, bestaande uit zeventig en tachtigjarigen, zingt. Zoals ze al vijftig jaar samen zingen. Week in, week uit.

Saskia de Haas