De stilte viel in mij. In mijn ogen, in mijn neus, in mijn adem en denken. Mijn lichaam raakte stil, werd loodzwaar en leek te vallen. Een oneindige val in de leegte van de stilte. En als je leven zo plots stil valt is het vreemd...

Het is druk in het stiltelab. Alle stoelen zijn bezet en alle kopjes in gebruik. Er wordt koffie gedronken en thee geschonken, terwijl koffielepeltjes tegen het porselein tikken. Er wordt gepraat over het geluid van stilte. Ik moet denken aan Utrecht Centraal in de nacht...

In een kringloopwinkel gaan Lieke en ik opzoek naar een bureaulampje voor op het bureau in het Stiltelab dat we tijdens mijn vorige bezoek aan het Stiltelab op de zolder van het klooster hadden gevonden. Ik word gelijk overweldigd door al het servies en kastjes...

Ik klauter over rotsen terwijl de wind in mijn oren suist. Het is een drukkend gevoel, alsof iemand kommetjes maakt rond mijn oren. Alsof het geluid in de kommetjes blijft suizen en mijn oren afgesloten zijn van de wereld. Het is een vreemd soort stilte...

Nog geen week later sta ik opnieuw voor de hoge bakstenen muur. Dit keer om het klooster werkelijk te betreden en om dan ook eindelijk de ruimte van het stiltelab te bewonderen. Een vriendelijke vrouw wenkt mij en Lieke naar binnen en vertelt glimlachend dat...

Ver weg, in een kleine plaats genaamd Wittem, in het zuidelijkste zuiden van het land, staat iets te gebeuren. Er schijnt een groot klooster te zijn en in dat klooster komt een stiltelab. Een lab waar stilte wordt gecreëerd, of onderzocht, of nagebootst, of gevangen,...