Kloosterontmoetingen

Kloosterontmoetingen

Nog geen week later sta ik opnieuw voor de hoge bakstenen muur. Dit keer om het klooster werkelijk te betreden en om dan ook eindelijk de ruimte van het stiltelab te bewonderen. Een vriendelijke vrouw wenkt mij en Lieke naar binnen en vertelt glimlachend dat we nog even moeten wachten. In de hal, naast de ingang staan we fluisterend om ons heen te kijken. Een klooster doet dat, net als een wachtruimte bij een tandarts of huisarts. Een klooster roept stilte op.

Na enkele minuten komt de directeur van het klooster al pratend de hoek omlopen. Een hartelijke en opgewekte directeur schudt mij de hand en vraagt glunderend of we gelijk naar het stiltelab willen. En of we dat willen. Met zware passen verplaatsen we ons over de zwart stenen vloer, terwijl stemmen door de hoge gang galmen. Door de kloosterramen zie ik een kale stenen binnenplaats versiert met plastic tuinmeubilair. We lopen richting het trappenhuis, lopen de trappen op en gaan een nieuwe gang in. Aan het einde van de gang zie ik een deur dichtvallen. Lieke vertelt dat achter die deur een bibliotheek is. Een kloosterbibliotheek die ik fantastisch ga vinden. De directeur staat stil en wijst naar de deur rechts van ons. In stilte wachten we en zien we hoe hij een sleutel tevoorschijn haalt waarmee hij de deur opent.

Het stiltelab, een rechthoekige nagenoeg lege ruimte, met in de hoek een kandelaar en in het midden een ronde lage tafel met daar omheen stoelen. Dit stiltelab gaat duidelijk niet druk gevuld worden met reageerbuisjes stilte, trechters om het geluid te filteren en microscopen om de stilte mee onder de loep te nemen. De stilte zit al in de vloerbedekking, in de muren en in de ramen die uitkijken op de Limburgse heuvels.

De directeur pakt lucifers van de ronde tafel en steekt de zeven kaarsen op de kandelaar éen voor éen aan. Het stiltelab is hierbij officieel en ritueel geopend.

In volle enthousiasme worden de kaarsjes binnen een minuut weer uitgeblazen omdat we eerst nog een aantal belangrijke ruimtes uit het klooster moeten leren kennen. In hoog tempo verplaatsen we ons naar de andere kant van het klooster, terwijl onderweg voorzichtig deuren worden geopend. Bij elke deur die wordt geopend voel ik een spanning. Wat zit er achter de deur? Misschien komt dat door de directeur die telkens eerst zijn hoofd naar binnen steekt om vervolgens of de deur voor ons dicht te laten of de deur te openen. Dat schept verwachtingen. Verstopt in een brede gang met imposante portretten aan de muur, achter een hoge houten deur is een keukentje met een lange tafel waar een zestal mensen koffie drinken. Een gemêleerd gezelschap van een zuster, een tuinman, een klusjesman, bloemschikkers en huishoudelijk helpers die hier altijd om half elf ’s ochtends gezamenlijk koffie drinken. Er volgt een voorstelronde en na de voorstelronde worden we door de directeur gelijk meegenomen naar een volgende ruimte. De directeur opent de deur en al gelijk waan ik me in een kroeg waar net voor mij de deur van de rookruimte wordt geopend. Tussen de rook en de vele boeken zit een man met een sigaret in zijn mond achter zijn bureau. Hij wordt voorgesteld als de laatste roker in het klooster.

Vanaf hier worden we aan ons lot over gelaten. Met mijn hoofd vol van alle indrukken wil Lieke mij nog mooiere kloosterplekken laten zien. Zo brengt ze mij naar de kapellen, waar ik niets ander kan dan stilvallen. We mogen bijna alle ruimtes betreden, behalve de bibliotheek. Daar is vandaag een filmploeg een aantal scenes aan het opnemen. Als een filmploeg de bibliotheek wil gebruiken als decor, dan zal het vast een indrukwekkende bibliotheek zijn. De bibliotheek en de kloostertuin zijn voor volgende week, beloofd Lieke mij.

Terug in het stiltelab verlaat Lieke mij en mag ik deze dag alleen in het stiltelab vertoeven. Ik steek de kaarsjes opnieuw aan en bedenk me dat ik pas weg mag als de kaarsjes zijn opgebrand. Kaarsen roepen stilte op, terwijl vuur alles behalve stil is. Ik kijk naar het vlammetje dat stilletjes blijft branden terwijl de kaars langzaam wegsmelt. En ik bedenk me dat dit stil vuur is. Vuur dat niet lijkt te bewegen.  En ik moet denken aan een kampvuur en aan hoe wild het vuur van een kampvuur kan zijn. En dat ondanks dat het vuur wild is, een kampvuur wel een stilte kan oproepen. En toen begon ik mij af te vragen of vuur niet altijd stilte is.

Saskia de Haas