Stil lawaai

Stil lawaai

Het feest is voorbij. Het zuiden van het land weer stil, de mensen nuchter. Restjes glitter en confetti sieren de straten. Als bewijs dat er toch echt carnaval is geweest. De straten voelen stiller de dagen na carnaval. Alsof een stad met een kater uitbrakt voor het echte leven weer kan beginnen. Vanuit de bus zie ik in de verte het klooster van Wittem opduiken. Terwijl heel Wittem flink heeft staan carnavallen, sloot componist Jolle Roelofs zich drie dagen op in het Stiltelab om samen met Lieke de stilte te onderzoeken. Dat de carnavalsoptocht langs het klooster liep laat ik even achterwege.

Vandaag betreed ik opnieuw het Stiltelab. Dit keer om te luisteren. Om te luisteren naar de stilte. Naar de stilte die Jolle en Lieke vandaag presenteren.

Het normaal altijd lege en rustige Stiltelab staat vol muziekinstrumenten, microfoons en versterkers. Er is niemand. In de verte klinkt pianomuziek. Nieuwsgierig ga ik achter het geluid aan, tot ik voor de deur van de bibliotheek sta. Dat is vast Jolle die de stilte onderzoekt. Bang om te storen loop ik stilletjes terug naar het Stiltelab. Ik wacht.

Als Jolle en Lieke beiden in het Stiltelab zijn krijg ik een volle lading stilte over mij heen. Oorverdovende stiltes, muzikale stiltes, natuurlijke stiltes, rustgevende stiltes en afgezonderde stiltes. Hoewel de dag heel rustig begon, word ik enthousiast aan de hand meegenomen langs alles wat ze de afgelopen dagen onderzocht hebben. En dat is alles behalve stil.

Ik krijg een koptelefoon over mijn oren en moet mijn ogen sluiten. Ik verdwijn in een wandeling door de natuur, met kabbelende beekjes op de achtergrond, met wielrenners die voorbij suizen, met de wind die hard waait, tot Lieke plots water in mijn gezicht spettert om de ervaring zintuiglijker te maken en ik – alsof ik zojuist een emmer koud water over mij heen heb gekregen tijdens een fijne droom – gelijk terug word gekatapulteerd naar het stiltelab.

In de middag arriveren er nog twee luisteraars. Ik krijg viltjes in mijn handen gedrukt die ik onder mijn schoenen moet plakken. Vervolgens wordt er een koptelefoon op mijn hoofd gezet en krijg ik een microfoon in mijn handen. Ik moet samen met een andere luisteraar zo geluidloos mogelijk naar de andere kant van de gang lopen. Het blijkt onmogelijk. Mijn veel te grote wandelschoenen kraken en piepen bij elk muizenstapje.

De tijd vliegt voorbij, en soms vliegen wij mee. Met een koptelefoon op mijn hoofd en het snoer vast aan Lieke, en de twee andere luisteraars ook vast aan Lieke, worden we in hoog tempo door het klooster geleid. Als een octopus-achtig wezen vliegen we van de ene ruimte naar de andere, terwijl we muziek horen van Jolle. Met een koptelefoon op verlies je snel de omgevingsrealiteit en praat je net iets harder, loop je net iets harder en sla je deuren net iets harder dicht. Deuren worden open gezwaaid, en wij worden naar binnen getrokken, tot we plots oog in oog staan met een groep mensen die in ernstige stilte luisteren naar een verhaal. Als een stel konijntjes gevangen in het licht van de koplamp, staan wij luisteraars verstijfd te kijken, terwijl Lieke ons de ruimte uit probeert te duwen. Het Stiltelab, dames en heren.

Om de dag af te sluiten krijgen we nog vijf gangen stilte opgediend. En dat smaakt naar meer.

Saskia de Haas