Open Kloosterdag

Open Kloosterdag

In de tuin van Klooster Wittem staat vandaag een reusachtige sneeuwbol met daarin een edelhert omringt met sneeuw. Hij kijkt stil voor zich uit. De sneeuwbol is te groot om te kunnen schudden. Schuin tegenover de sneeuwbol staat nog een bol met daarin een witte stoel. Op de achtergrond klinken trommels van een optocht die nadert, op de voorgrond heilig gezang van de eucharistieviering in de Kloostertuin.

Peter, Lieke en ik staan aan de rand van de tuin te wachten op de schutterij. Een stoet van mannen met trommels, vrouwen met een mand stokbrood, een zogenaamd koningspaar en mannen met geweren passeren ons. In folklore kostuums met pluimpjes veren op hun hoofd lopen ze in dezelfde maat langzaam stap voor stap vooruit. Als ze voor ons staan vallen ze uit hun rol, lopen ze naar elkaar toe en staan ze in groepjes luid met elkaar te praten. En dat terwijl er een paar meter verder nog een mis gaande is. Lieke, Peter en ik besluiten naar de eucharistie viering te kijken.

Als de viering is afgelopen, begint de sacramentsprocessie. Ik kijk hoe de stoet ons verlaat en zie hoe ook Lieke ons heeft verlaten om de stoet te volgen.

Vandaag is het Open Kloosterdag in Klooster Wittem (wat ook samenvalt met de sacramentsprocessie), en worden de buitenpaviljoenen van het Stiltelab voor het eerst gepresenteerd.

In éen van de koepels staat een witte stoel. Ik mag als éen van de eersten de koepel in, terwijl de zon voor flink wat warmte zorgt. Ik krijg een koptelefoon op en sluit gelijk mijn ogen, als vanzelf. Ik luister naar een wandeling, en terwijl ik luister word ik langzaam steeds meer in de wandeling gezogen. Eerst wil ik nog uittesten of ik de wandeling anders zou ervaren als ik mijn ogen open zou doen, maar ik zit al zover op de route dat ik het niet wil onderbreken. Ineens schrik ik op, open ik mijn ogen en kijk ik achterom. Ik hoor stemmen achter mij van andere wandelaars, een hond die achter mij staat te hijgen. Er is niemand. Alsof ik zojuist wakker werd uit een droom kijk ik verward om mij heen en realiseer ik mij dat ik niet wandel, dat ik gewoon op een stoel zit in een koepel. Hoewel, gewoon?

Saskia de Haas