Praten doe je met woorden

Praten doe je met woorden

I

Een paar jaar geleden werkte ik een aantal avonden in de week in een restaurant, in éen van de drukste horecastraatjes van het land. Of het nu winter was of zomer, de terrassen zaten er altijd vol en de deuren stonden er altijd open. Er kwamen veel verschillende mensen, van jonge stelletjes tot oude stelletjes, van eerste afspraakje tot zoveel jaar getrouwd. Er kwamen zakenpartners, vrienden, gezinnen, soms hele families. Éen ding hadden ze gemeen. Er werd altijd veel gepraat. Al ik éen ding geleerd heb in dat restaurant is het dat mensen heel veel praten. Als er dan een tafel was waaraan niet gepraat werd, waar stil tegenover elkaar werd gezeten, kreeg ik medelijden. Het aantal woorden dat er aan een tafel gezegd werd stond voor mij gelijk aan hoe gezellig het was. Er was in mijn ogen niks ergers dan geen woorden meer hebben, geen gesprek. Ik dacht dat als de woorden op waren, de relatie ook op was.

II

Vorig jaar ontmoette ik een Italiaans meisje. Ze verzuchtte dat ze altijd zo snel haar woordje klaar had en te vaak in discussies terecht kwam. Ze besloot een week niet te praten. Ze dacht dat het wel goed zou zijn voor haar relatie. De eerste dagen werd ze heel kwaad als ze zich niet kon uiten. Dan gebaarde ze wild met haar handen om iets duidelijk te maken, liep ze rood aan en verliet dan uiteindelijk de ruimte om even te verdwijnen. Na een paar dagen werd ze rustiger. Na een week besloot ze nog langer te zwijgen.

III

Mijn oma was altijd een kwebbelkous. Ze had praatjes voor tien. Nu niet meer. Nu telt ze alleen nog maar tot tien. Haar woorden raken op. Zo zou ze het genoemd hebben als ze er nog woorden voor had.

IV

Het is 4 mei. Ik ben in het restaurant aan het werk, in het drukke straatje. Net iets voor achten valt éen voor éen het geluid uit: het lachen, het klinken van glazen, het krassen van messen op borden, het bestek dat in een bestekbak wordt gegooid, sissende pannen, het gepiep en geborrel van opschuimend melk, belletjes, o zo veel belletjes uit al die keuken in dat drukke straatje, en dan als laatste, als allerlaatste de laatste woorden uit de zin die nog afgemaakt moet worden. En dan stilte. Totale stilte in die drukke straat. Tot je alleen nog de ademhalingen hoort, als enig bewijs dat het straatje vol mensen zit. Een man aan het einde van de straat haalt zijn neus op, iemand kucht, en zo heel langzaam komen na twee minuten al die geluiden die zojuist waren uitgevallen als een golfbeweging weer terug. Tot de eerste woorden worden gekozen, worden gesproken en gesprekken opnieuw beginnen.

Saskia de Haas